skip to Main Content
GRENZEN VERLEGGEN OP GOEREE-OVERFLAKKEE

GRENZEN VERLEGGEN OP GOEREE-OVERFLAKKEE

Door Ingmar Kooman
Foto’s Corine van Heemst, Herman en Kees Bin

Brouwersdam90. 1 kilometer zwemmen, 79 fietsen en 10 lopen. Grenzen verleggen op Goeree-Overflakkee. Een flinke delegatie van ZVL-1886 stond 25 mei aan de start.

Mijn wetsuit is een welkome warme jas tegen de regen die met bakken neerdaalt. Het Grevelingenmeer verwelkomt ons, zout en bitter koud. Met een ‘Daar gaan ze!’ van de speaker zijn we los. Het hoofdprogramma van de wasmachine draait op volle toeren. File bij de eerste boei. Ik glip tussen een paar lijven door, worstel me langs zwaaiende armen. Halverwege verkrampen mijn handen door de kou, ondanks de inspanning. Ik kijk in de opengesperde mond en ogen van een opponent. Als hem passeer, trekt hij aan mijn schouder. Vandaag niet, vriend. Ik draai op mijn rug, zet aan en ram door. Goed voor de 22e zwemtijd, blijkt later. In de wisselzone is mijn wetsuit mijn grootste tegenstander. Met versteende vingers is het moeilijk priegelen om je pak uit te krijgen. En met door de kou afgebonden voeten rennen blijkt daarna ook doffe ellende.

Op de fiets dan, voor de grensverleggende activiteit. Vier rondes van 20 kilometer. Voor mij twee keer zo ver als eerder in een wedstrijd. Even denk ik dat ik een strak tempo draai over de ondergelopen dijken. Dan hoor ik het zware geruis van de tijdritfietsen. Eerst een handjevol, daarna in treintjes. Teamgenootjes René, Hedi en Bas snellen me ook voorbij. Ik concentreer me op mijn race tegen mezelf. Blijven drinken, blijven eten, blijven draaien. Bij elk keerpunt hoor ik teamgenoten mijn naam juichen. Ik stamp met extra motivatie. Een bleek zonnetje geeft iets van warmte. Alleen de protesterende rechterknie baart halverwege ronde drie twijfels. ‘DNF’ heb ik nog nooit achter mijn naam gehad en dat gaat me ook nu niet gebeuren. Tandje terug dan maar. “Nog één rondje? Komaan he!” roept een van de TT-boys in het Vlaams. Toch een soort van erkenning voor mijn afzien.

Ronde vier staat in het teken van heel blijven voor het hardlopen. De kilometers tellen tergend langzaam op. Pas bij de wissel merk ik dat mijn voeten zijn afgestorven: het hardlopen voelt alsof een handvol stenen en graspollen in mijn schoenen zit. Pas na 2 kilometer komt er weer wat gevoel terug. De eerste finishers op de Brouwersdam90 zijn dan al binnen. Mijn benen lopen per kilometer meer vol. Het tempo zakt gestaag. Een high five aan René, een duimpje naar Der Alte (mijn vader racet mee op de ‘klassieke’ OD), commentaar van mijn ploeggenoten (“Lekker kontje!”) dat dempt het verval even.

Mijn slimme klokje tikt de laatste kilometer weg, al staat de finishboog nog wat verderop. Ik puf en pers er nog een spurt uit. Eindstand: 3.45,16 – 295e van 520 gestarte triatleten. Maar vandaag was ik vooral mijn eigen nummer 1.

Back To Top